#6: Denken over dingen

22 november 2018

"Dit museum is het vervolg van mijn dingen-boeken", zo schreef Jaap Kruithof in zijn korte museumgids. Kruithof publiceerde zijn Dingen-boeken tussen 1991 en 1994. Nergens in die boeken beschrijft hij zijn collectie letterlijk. Maar in elk Dingen-boek ontwikkelt hij filosofische gedachten over bewaren en waarderen.

In interviews voor radio en televisie sprak Jaap Kruithof over zijn collectie, maar in zijn eigen boeken schreef hij er nooit letterlijk over. Hij interesseerde zich als filosoof wel sterk in waarderen en bewaren.  Na meer academische werken over moraal en politiek, zoals De zingever (1968), Eticologie (1973) en Arbeid en Lust (1984-1986) ging Jaap Kruithof schrijven voor het grote publiek. 

Voor dit project zijn de Dingen-boeken belangrijk, want Kruithof noemde zijn museum het "vervolg van zijn dingen-boeken". Omgaan met de dingen (1991), Ingaan op de dingen (1992) en Doorgaan met de dingen (1994) zijn drie bundels met columns en essays over allerlei actuele thema's. De thema's bewaren en waarderen worden in elk boek wel wat meer uitvoerig behandeld. Ik vat hier enkele gedachten samen.

Museum Primrose, Kelder B, foto van Philip Boël, 2009

De column "Bewaren en weggooien" in Omgaan met de dingen (1991) is kort en krachtig. Kruithof begint met het niveau van het huishouden en spreekt als een verzamelaar: “Sommigen zijn zo dom mooie ouwe dingen – foto’s, kinderboeken, de schoolschriften van Oma of het scheermes van Opa – aan de vuilnisauto toe te vertrouwen”. Dan gaat hij over op het niveau van de hele samenleving. Het is onmogelijk te bepalen wat historici in 2050 zullen willen uitzoeken, maar alles bewaren is “ondoenbaar omdat je daarvoor plaats nodig hebt”, zo argumenteert Kruithof. Selectie dringt zich dus op. Maar weggooien veroordeelt Jaap Kruithof sterk. Dat is onzorgvuldig behandelen en mensen kunnen daar eveneens het slachtoffer van zijn. “In onze tijd is de Westerse samenleving uitgegroeid tot een machine die alles wil verbruiken en daarna weggooien”,betoogt hij, om te eindigen met een pleidooi voor recyclage.

Dezelfde gedachten zijn meer uitgewerkt in het essay "Bewaren" in Ingaan op de dingen (1992). Daarin onderscheidt hij drie werelden. De eerste wereld is die van het steeds sneller produceren en consumeren, in fabrieken, warenhuizen, ziekenhuizen, de beurs e.a. De tweede wereld conserveert al wie niet productief is en omvat gevangenissen, scholen, rusthuizen e.a. De derde wereld is het archief van de eerste wereld. Hoe meer vernietiging in de eerste wereld, hoe krampachtiger de poging om die wereld te archiveren en reproduceren. Dat heeft risico’s, want de derde wereld kan een vlucht worden, waarbij de koppeling met de eerste wereld verloren gaat. Het archief verschijnt hier dus als een soort opium. Dat is alvast iets om over na te denken in de museum- en erfgoedsector.  Kruithof pleit voor een ander soort bewaren, niet om het oude te verheerlijken, maar omdat we “moeten hergebruiken in plaats van weggooien. ….  de natuur moet in zichzelf de mogelijkheid behouden om de schade die haar door de mens wordt berokkend, ongedaan te maken.”

“De waardenproblematiek” in Doorgaan met de dingen (1994) is een essay waarin Kruithof zoals in veel van zijn vorige werken opnieuw nadenkt over de mens als zingevend wezen. Als ecocentrist zoekt hij een weg tussen het objectivisme, waarbij dingen, zoals natuur of kunst, waardevol zijn vanwege hun eigenschappen, en het subjectivisme, waarbij een waardering wordt beschouwd als een kwestie van persoonlijke voorkeur. Voor Kruithof is de mens wel de enige waardeerder, maar niet de enige maat der dingen. Een waardering is voor hem dan ook niet louter een kwestie van individuele voorkeur, maar een argumentatie uitgewerkt met feiten, vergelijkingen en redeneringen. Hij neigt naar het objectivisme met zijn idee van “objectafhankelijkheid”. Waarde kan volgens Kruithof “ontdekt” worden en de consensus over waarde ziet hij toenemen, “naarmate onze kennis van het object vordert”. 
Dit essay gaat over de ontologische waardenproblematiek, maar biedt ook food for thought voor het waarderen van collecties. Want wat doe je bij een waarderingsproject? Inderdaad, je brengt niet alleen de gegevens van een collectie samen. Maar je bundelt ook niet alleen de meningen van x en y. Nee, je ontwikkelt op basis van zowel kennis als visies een welbepaalde argumentatie, die niet louter subjectief is, want beredeneerd, en ook niet louter objectief, want een beargumenteerde keuze.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief