Interview met Pierre-Yves Kairis

Pierre-Yves Kairis (°1958) is doctor in de kunstgeschiedenis aan de Université de Liège en was achtereenvolgens assistent bij de dienst hedendaagse kunstgeschiedenis aan de ULg, expert bij de Koning Boudewijnstichting voor een restauratiecampagne van monumentale schilderijen, gastdocent aan het Collège de France en nadien beleidsmedewerker bij de Belgische federale overheidsdienst Wetenschapsbeleid.
Sinds 1998 werkt Pierre-Yves Kairis aan het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel, waar hij vandaag de graad heeft van werkleider-geaggregeerde en afdelingshoofd a.i. Hij publiceerde in 2015 een omvangrijke monografie over de zeventiende-eeuwse Luikse schilder Bertholet Flémal die werd bekroond door de Académie français.

1. Hoe ben jij op het werk van Michaelina uitgekomen?

In 1991 werd ik aangeworven door de Koning Boudewijnstichting om dossiers op te volgen die bij de Stichting waren ingediend in het kader van haar eerste grote restauratiecampagne van kunstwerken, een campagne die toen aan monumentale schilderijen was gewijd. Er waren meer dan 670 aanvragen ingediend en ik hield me bezig met de Franstalige dossiers. In dat verband trok ik naar de kerk van Gimnée, helemaal aan de zuidgrens van de provincie Namen, waar mijn aandacht werd getrokken door een groot en nogal indrukwekkend schilderij dat Sint-Eloois voorstelde. Dit schilderij droeg de handtekening van Charles Wautier, een schilder waar ik niets van af wist, maar waarvan ik vaststelde dat hij een belangrijke schilder moest zijn geweest. Ik deed wat opzoekingswerk naar zijn persoon en ontdekte dat hij afkomstig was uit Bergen en in zijn spoor vond ik behoorlijk wat informatie over een schilderes die eveneens afkomstig was uit Bergen: Michaelina. Al snel vermoedde ik dat zij broer en zus waren, zonder dat ik dit evenwel kon bewijzen. Enkele jaren later stootte ik op een artikel van Katlijne Van der Stighelen dat in 1996 was gepubliceerd en dat heel mijn dossier bevatte! Katlijne en ikzelf hadden blijkbaar nagenoeg hetzelfde basisonderzoek gedaan. Ze heeft het onderzoek verdergezet met het brio dat we van haar kennen, wat uitmondde in deze prachtige tentoonstelling in het MAS.

2. Wat maakt haar volgens u een uitzonderlijke kunstenares?

Wat mij al heel snel opviel, was de verscheidenheid aan genres die zij succesvol beoefende: religieuze, mythologische en allegorische schilderijen, portretten, bloem- en genretaferelen. Dat is hoogst uitzonderlijk voor een vrouwelijke schilder in de 17de eeuw, een tijd waarin de "peintresses", zoals zij toen in het Frans genoemd werden, hooguit getolereerd werden voor het schilderen van bloemen, een genre waarin zij doeken schilderde met een verfijning die de beste Vlaamse schilders van dit soort werk evenaarde. Even opvallend is de afwezigheid van Michaelina in elke oude historiografie, alsof de uitgebreidheid van de activiteiten van een vrouw stoorde en daarom bewust werd verzwegen.

3. Zijn er opvallende gelijkenissen met haar broer Charles?

Er zijn zeer zeker opvallende vormgelijkenissen tussen de werken van Charles en Michaelina: we treffen er gelijkaardige kadreringen en schikkingen in aan, bijvoorbeeld voor de heiligenfiguren waarvan enkel het bovenlichaam wordt getoond, met zware en overvloedige draperingen en warme huidskleuren die met uitgekiende lichteffecten volop tot hun recht komen. Hun figuur ademt vaak een gevoel van nostalgie. Aangezien Charles en zijn jongere zus hetzelfde atelier deelden in Brussel en cliënteel hadden dat uit dezelfde stand kwam (in het bijzonder officieren in dienst van de Spaanse kroon), kunnen we er nauwelijks aan twijfelen dat ze meer dan eens hebben samengewerkt aan dezelfde schilderijen. Maar die piste moet nog verder worden onderzocht: de ontdekkingen moeten nog volgen.

4. Kunt u meer vertellen over de status van de restauratie van het Mystieke huwelijk van de Heilige Catharina (nu in het KIK)?

De restauratie van "Het mystieke huwelijk van de Heilige Catharina" van het Seminarie van Namen heeft veel van een echte verrijzenis, zozeer was het schilderij met een laag vuil bedekt. Ik vond dit schilderij terug in 2001, tijdens een onderzoek van alle schilderijen die in het Seminarie van Namen werden bewaard. Ik werd vooral geraakt door de kwaliteit en zei tot de conservator die me rondleidde: "Daar heeft u een meesterwerk!" Maar ik dacht toen niet meteen aan onze kunstschilderes uit Bergen. Toen ik dichterbij kwam en het schilderij in detail bekeek, kreeg ik een schok toen ik de nauwelijks leesbare handtekening van Michaelina Wautier ontwaarde, een handtekening die niemand ooit tevoren blijkbaar had opgemerkt, zo vuil en dof was het schilderij geworden. Dankzij de restauratie beleven we dus een echte verrijzenis. Kleine anekdote: dit schilderij wekte op dat moment zo'n enthousiasme bij de restaurateurs van het KIK-IRPA dat we op zoek gingen naar een sponsor voor de restauratie. Zonder succes, want Michaelina was in die tijd haast totaal onbekend en niemand toonde interesse in haar. Een vijftiental jaar later is zij dankzij het uitmuntende werk van Katlijne Van der Stighelen erkend als een zeer grote kunstenares uit haar tijd en werd het heel wat gemakkelijker om sponsors warm te maken.

 

Alle activiteiten voor jongeren

Meld je aan voor onze nieuwsbrief